Home Cradle to cradle
Wat is cradle to cradle?
  1. Niets nieuws onder de zOn
  2. Industriële revolutie
  3. Hoe verder?
    1. Initiator C2C
    2. Benadering
    3. Oude wijn in nieuwe zak?
  4. Vertaling naar gebouwen
    1. Algemeen
    2. Hergebruik bestaand materiaal
    3. Materialen
    4. Veranderbaarheid
    5. Vorm
    6. Monteren EN Demonteren
    7. Herbruikbaarheid
    8. Energie / CO2
    9. Water
    10. Diversiteit
    11. Schoon binnenklimaat
  5. Omgeving

1. Niets nieuws onder de zOn

Voordat we grootschalig gingen produceren, consumeren en ons vermeerderen produceerden we alles Cradle to Cradle. Ga alle middeleeuwse beroepen maar bij langs, van timmerman tot mandenmaker, van smid tot ganzenhoeder. Van alle producten is een minieme fractie bewaard gebleven. Groningen kende vele borgen, die zijn heel fijntjes steen voor steen , balk voor balk, ontmanteld toen de bewoners hun status verloren. Met deze stenen en balken werden in de nabije omgeving nieuwe huizen opgetrokken. De oorspronkelijke plaatsen zijn vaak alleen uit de lucht nog te herkennen.

We leefden zonder een aanslag te doen op onze omgeving omdat...... we niet anders wisten en ook niet anders konden!

2. Industriële revolutie

Met de komst van machines werd het patroon radicaal anders: De wereld was fris en met de grondstoffen was niets mis.

Producten werden geproduceerd met overwegingen als: wat presteert het ?, wat kost het?, hoe ziet het er uit? Deze overwegingen zijn een tweede natuur geworden die iedereen hanteert bij alles wat je koopt. Ga maar na, een fiets of een zak appels. Je denkt dus niet een seconde aan het effect van je aankoop.

Nu zijn we erachter gekomen dat sinds 1850 (in Engeland 100 jaar eerder) het slecht gaat met onze leefomgeving. Dat kan (nog) niet gezegd worden van onszelf, want we worden ouder dan ooit. Na vele miljoenen jaren van evenwicht is het ons gelukt om in 150 jaar de bodem in het zicht te krijgen en onze leefomgeving te beïnvloeden.

En alweer niet omdat we toen opeens slecht volk werden, maar omdat we aanvankelijk niet beter wisten en niet anders konden!

3. Hoe nu verder?

 

 

 


We weten nu beter en kunnen ons dus niet meer verschuilen achter produceren alleen voor Prijs-Prestatie en Esthetiek.

3.1 Initiator C2C

William Mc Donough een Amerikaanse architect en Michael Braungart een Duitse biochemicus hebben elkaar gevonden en de grondbeginselen van C2C beschreven, zoek op deze namen.... er is genoeg te vinden.

Belangrijk zijn nieuwe uitgangspunten voor producten: Ecologie-Economie-Rechtvaardigheid. Producten die hieraan voldoen geven de omgeving een impuls:

3.2 Benadering

Cradle to Cradle heeft 3 pijlers:

1 Afval=voedsel

De natuur produceert onwaarschijnlijk veel afval en is niet efficiënt in onze ogen. Efficiënt is ook typisch een term die past bij een verkeerd ontworpen product waar je door efficiëntie probeert de negatieve effecten te beperken.  Minder van alles dus. Dit noemen wij dus duurzaam. Dat is wel even slikken dat het alom gehanteerde begrip Duurzaamheid gaat over slecht ontworpen producten.

Die onwaarschijnlijke hoeveelheid afval in de natuur is de biotoop voor een divers leven. Rondom een boom heeft al het, in onze ogen, inefficiënte afval dus een positief effect, het gaat dus om effectiviteit en niet om efficiëntie. Liefst niet efficiënt, hoe meer 'goed' afval hoe beter. In tegenstelling tot duurzaamheid (beperken, verminderen minimaliseren) geeft C2C  geen begrenzing.

Ontwerp producten zo dat grondstoffen minimaal op hetzelfde niveau kunnen worden hergebruikt en aan het eind van de gebruikscyclus in een biologische of technologische kringloop kunnen worden gebracht.

Voor het verschil in energie:

2 Gebruik de inkomende zonneënergie!

De zon straalt veel meer energie op de aarde dan we nodig hebben, een gebied ter grote van Frankrijk zou voldoende zijn voor mondiale energie. Dat lijkt groot, maar projecteer Frankrijk in de Sahara, en je houdt nog heeel veel zand over.

Zonne-energie is ruim:

  • passief invangen in b.v een Serre;
  • opwekken van stroom met zonnepanelen;
  • maken van warmwater met zonnecollectoren;
  • verbranden vergisten van biomassa (alles wat organisch is);
  • windenergie;
  • waterkracht.

Een mooi voorbeeld zijn geperste houtkorrels gemaakt van schoon zaagsel, een afvalproduct uit de houtverwerkende industrie, pellets. Eigenlijk is dit gesublimeerde hoogwaardige zonne-energie te vervoeren achter op je fiets. Geen moeilijke opslag en bodeminfrastructuur. Nagenoeg CO2 neutraal, echt schone verbranding,  geen rookgaskanaal nodig maar een gevel doorvoer à-la CV, en ook nog goedkoop, 50% van de gasprijs.

3 Geniet van (door) Diversiteit

Door diversiteit meer stabiliteit. Wat lastig te plaatsen misschien.

Als je het omdraait wordt het duidelijker, bijvoorbeeld een monocultuur is kwetsbaar. Een chemisch zuiver gemaakte appelsmaak is echt minder spannend dan de smaak van echte appels. Deze kwetsbaarheid is al schrijnend actueel bij grootschalige dierhouderij. Een samenleving is beter,  interessanter en stabieler als diversiteit aanwezig is en alle partijen bijdragen aan deze samenleving.

Dit principe werkt ook op productniveau!!

3.3 Oude wijn in nieuwe zak?

Uitgangspunten zoals geformuleerd door Braungart en McDonough zijn al eerder verwoord, maar nooit zo gebundeld en verspreid dat het de aandacht gekregen heeft. Regelmatig hoor je zeggen " C2C? gewoon een andere naam voor duurzaamheid ". C2C is principiëel interessanter omdat de benadering geen 'rest' probleem overlaat voor generaties na ons.

De ladder van Lansink is een veel gehanteerde methode hoe je materialen het best kunt inzetten, een vergelijking met C2C uitgangspunten:

Preventie is duidelijk, alhoewel een C2C product kwantitatief geen beperking geeft.

Producthergebruik, dit is hergebruik op hetzelfde niveau een hele goede zaak, geen energie stoppen in al zorvuldig samengestelde producten. Bijvoorbeeld een gewapende betonbalk bestaat uit:  berekening, bekisting, speciale verhouding zand/cement/grind, wapeningsstaal, vervoer. Maak je hier granulaat van dan gaat al deze inspanning verloren.

Materiaalgebruik, in C2C is een hele goede 3e MITS producten ontworpen zijn om te scheiden in technische en biologische bestanddelen. Met de huidige Prijs-Prestatie uitgangspunten is dat niet zo, zodat onbruikbaar overschot overblijft.

Een deel van dit overschot gaat in de vuilverbranding met energieterugwinning. De producten zijn echter niet ontworpen om verbrand te worden en veroorzaken vervuiling en het voorgoed verloren gaan van grondstof. C2C producten zijn principiëel te scheiden in Technische- en Biologische componenten elk met hun eigen kringloop. Biologisch overschot kan probleemloos worden gebruikt voor energieopwekking.

Verbranden zonder energieterugwinning heeft nu geen zin meer, alles is bruikbare  biomassa,  je kunt het nu ook teruggeven aan de biologische kringloop.

Storten hoeft niet, er is niks om te storten!

Je ziet hoe lager op de ladder van Lansink hoe meer uitwerking C2C geeft.

De ladder van Lansink zou iedereen nu duurzaam noemen. Je ziet dat C2C veel interessanter is dan de heel logisch lijkende  Duurzame Ladder van Lansink, C2C komt dus aan de finish. Duurzaamheid vermindert alleen negatieve effecten van slecht ontworpen producten. Je rijdt niet met 100 km/uur de afgrond in maar met 50 km/uur om maar een beeld te scheppen. Aan dat beeld moet je wel even wennen.

Dus: Niet minder slecht maar in een keer goed!

4. Vertaling naar gebouwen

4.1 Algemeen

Er zijn honderden bouwkundig hoogwaardige bouwconcepten van evenzovele bouwbedrijven. Al deze concepten  voeren een vet duurzaamheidsstempel. Voordat een bouwbedrijf een concept heeft ontwikkeld met een minimaal faalpercentage is er heel wat water door de Rijn gestroomd. Bestaande hoogwaardige duurzame bouwconcepten veroorzaken dus een 'remmende voorsprong'. Je begint niet snel een nieuw concept te ontwikkelen tenzij..... wij dat vragen.

Dan moeten de concepten echt een stap verder gaan en bovenstaande C2C uitgangspunten aantoonbaar in een concept gebracht worden. Het duurzaamheidsstempel moet er af en het C2C stempel moet er op!

Met het vertalen van de C2C uitgangspunten kom je een heel eind, uitgaande van bewust geselecteerde materialen en bevestiging daarvan.
Inhoudelijk wordt de term C2C vaak genoemd maar niet doorgrond, laatst nog: een bouwsysteem dat te recycelen was en daardoor C2C werd genoemd. C2C is hergebruik op hetzelfde niveau en dus niet 'downcyclen' en nog veel meer.

Het bijgebouw is nagenoeg gereed en geeft een goed beeld van een bouwwijze met een hoog Cradle to Cradle gehalte. In het bijgebouw zijn een werkplaats een kantoorruimte en twee garages ondergebracht. Deze verwarmde garages / hobbyruimten zijn bestemd voor de appartementen.






































4.2 Hergebruik bestaand materiaal

Op de foto zie je twee voorbeelden van upcyclen. De loopkat is  gemaakt van sloopstaal, dikwandige buis met een diameter van 200 mm, en een IPE 300 profiel, ook zie je een van de tien beton balken die ik 'gratis'  kon krijgen. De loopkat wordt gesloopt en gaat ten tweede male naar de schroothandel.

Als iemand belangstelling heeft dan hoor ik het wel!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

80.000 kg geupcycled beton van overbodige T balk tot strokenfundering, lekker stevig, waait niet weg. Ook bij de appartementen wordt 16.000 kg betonbalk gebruikt als grondkering en blijft de bestaande betonvloer liggen als ondervloer voor de nieuwe vloer.

4.3 Materialen

Materialen die voldoen aan C2C criteria worden getoetst op de criteria:

  • Ecologie: het product moet positief bijdragen aan de leefomgeving in breedste zin;
  • Rechtvaardigheid: het product moet niet ten koste gaan van het welzijn van de makers en arbeidsomstandigheden, moet  een eerlijke prijs hebben, geen roofbouw plegen;
  • Economie: geen vies woord, sterker nog als het meer kost dan dat het opbrengt dan moet je het niet doen.

Er zijn een aantal materialen C2C gecertificeerd. Afhankelijk van de mate waarin de producten voldoen heb je de gradaties Basic, Silver, Gold, Platinum. Onderdeel van het certificeren is dat je een plan moet maken om aanwezige stoffen die niet ok zijn in de toekomst te vervangen door stoffen die dat wel zijn, het zgn. uitfaseren.

Ook zonder certificaten kun je met bovenstaande criteria zelf ook verstandige keuzen maken. Je kunt erop vertrouwen dat de markt deze bouwstoffen gaat leveren, helemaal als de consument dat vraagt. Van sommige materialen geeft de fabrikant aan dat de materialen weer in het productieproces worden opgenomen.

Een aantal toegepaste materialen die m.i. hoog scoren op de C2C ladder:

  • Hout zoveel lokaal mogelijk uit gecontroleerde bosbouw;
  • Van bovenstaande afkomst duurzaam gevelhout zonder chemische impregneringen;
  • Vlaswol i.pv. Glas- of Steenwol;
  • Bevestigingsmiddelen die uitdraaibaar zijn;
  • Dak en plaatmateriaal dat terug kan keren in het productieproces.

Bepaalde materialen niet gebruiken:

  • Pur schuim;
  • Kit;
  • Chemische additiven.
  • lood
  • p.v.c.

Alternatieven zoeken voor ( niet te scheiden hybride materiaal):

  • Underlayment;
  • Gipsplaat.

4.4 Veranderbaarheid

De grond en het gebouw met al zijn functies hebben allen hun eigen dynamiek:

  • Grond: altijd;
  • Gebouwschil 100 jaar;
  • Binnenindeling 20 jaar;
  • Installaties 15 jaar;
  • Binnenafwerkingen 10 jaar;
  • Gebruiksspullen 5 jaar.

Als de bruikbaarheid van een bouwwerk  groot is dan blijft het (veel) langer staan en dat draagt bij tot het verkleinen van footprint. Dat betekent dat zonder practische en constructieve problemen de gevels en binnenwanden veranderbaar moeten zijn. Gekozen is voor een staalskelet zodat alle wanden niet dragend zijn. De installaties moeten veranderbaar zijn, dit kan door alle leidingen bereikbaar te houden achter een plint. Geen integratie van vloer of wand met verwarming, dit gaat tenkoste van de veranderbaarheid. Gekozen is voor losstaande dichte radiatoren zonder zichtleidingen. Afkoppelbaar en veranderbaar terwijl de installatie blijft functioneren. Het bedienen van een radiator heeft een merkbaar effect

Als gebouwelementen een eigen specifieke functie hebben dan is het geheel duidelijk en flexibel.

Bijvoorbeeld een dragende betonnen wand met betonkernactivering (verwarmingsbuizen in het beton) geeft drie problemen bij een verandering.

4.5 Vorm

Niet te begrijpen is architectuur en of materiaalkeuze waarbij binnen korte tijd het uiterlijk van een gebouw vervuild en  bemost is, of waar op de gevel leesbaar is waar al het regenwater naar beneden klettert.

De vormgeving van de appartemten laten ruime overstekken zien, dit werkt prima tegen vervuiling, beschermd gevel en kozijnen en geeft zomers zonwering voor 'hoge' zon en in de winter geen belemmering voor 'lage' zon

4.6 Monteren EN Demonteren

Behalve dat materialen een zo hoog mogelijk C2C gehalte moeten hebben is de opdracht vervolgens:

Alles wat je samenvoegt moet demontabel en uitneembaar zijn. De vrijkomende materialen komen 'schoon' uit de demontage en kunnen na revitaliseren opnieuw gebruikt worden op hetzelfde niveau zie ook 4.7.

Een bouwwerk is een complex geheel van materialen. Elke functie heeft geëigend materiaal dat die functie aankan. Dat betekent dat de meest uiteenlopende  materialen samengesteld worden.

Ik geef twee voorbeelden van monteren en dus ook demonteren.

4.6.1 Schroeven

Wat je niet ziet kun je ook niet demonteren, dus bevestigingsmiddelen moeten hoe dan ook vindbaar zijn ook na 100 jaar. Draadnagels, en al helemaal die van nagelmachines, zijn nauwelijks vindbaar en nauwelijks  te verwijderen. Alhoewel, ik heb nog een oude spijkertrekker, weet iemand nog hoe zo'n ding eruit ziet?. Met veel geram kun je diepliggende spijkers pakken, aardig voor een foute draadnagel, maar voor demontage werkzaamheden onwerkbaar. In het plan zit dus niet één draadnagel om te beginnen. Ook een schroef die lekker onder de oppervlakte is gedraaid omdat ie dan pas klemt is verloren voor het netjes uitdraaien.

Er zijn prachtige catalogi met meer dan 100 pagina's alleen maar schroeven, zo heeft iedereen zijn eigen interessante catalogus. Wat is er nu spannend aan een schroef?

  • krijt op tijd, als je wel eens gebiljart hebt en ook kruiskopschroeven hebt ingedraaid, maar vooral uitgedraaid, dan snap je wat ik bedoel, dus geen kruiskop maar torx;
  • een schroef voor de bevestiging van een lat van 20 mm dik heeft geen schroefdraad op het bovenste 20 mm, dan klemt de lat meteen, dus blijft de schroef aan de oppervlakte  en ......;
  • lengte van de schroefdraad afstemmen op het onderliggende materiaal;
  • er zijn schroeven met boorpunten en boorvleugeltjes, verzinkribben, platte kop, verzonken kop enz.;
  • voor buiten toepasingen r.v.s., voor binnen gegalvaniseerd;
  • betonschroeven voor latten zonder plug in beton, ik geloofde daar geen barst van maar het werkt fantastisch, muurvast, erin en net zo hard er weer uit, zonder het achterlaten van een plug die je er weer uit zou moeten roppen;
  • rvs schroeven met ring voor de geveldelen, na 100 jaar probleemloos te vinden, geeft strak  spijkerbroek idee. Geveldelen zijn herbruikbaar met minimale beschadiging;
  • steekschroeven diameter 4mm lang 100 mm voor stijlen aan de onderregel;
  • ik kan deze opsomming nog opschroeven, maar laat het hierbij.

 

 

 

 

 

 

 

4.6.2 Betonvloeren

Hoge eisen worden gesteld aan woningscheidende vloeren, met name contact- en luchtgeluidisolatie en brandwerendheid. Beton is een lastig materiaal uit C2C oogpunt. Aantasting van gebieden van herkomst van de vele kilo's zand, grind en cement is een punt van zorg. Vanwege de bouwbesluiteisen kies ik voor een systeem betonplaatvloer die op de staalconstructie ligt. De plaatvloeren zijn doorgaans niet te hergebruiken vanwege de voegvulling en een cementen dekvloer en soms een betonnen druklaag.

Door de voegvulling aan te passen en een droge demontabele dekvloer toe te passen is alles uitneembaar. Bovendien kunnen leidingen bij deuren vanuit de plint onder de dekvloer doorlopen.

4.7 Herbruikbaarheid

De standaard stramienmaat in de bouw is 300 mm. Alle componenten zijn hierop afgestemd:

  • kozijnen passen in een buitenwandopening waarvan de maten een veelvoud zijn van 300mm;
  • de stijlen in de wanden op een veelvoud van 600;
  • de geveldelen hart op hart 150mm zodat ze zonder verzagen langs en boven een kozijn passen zodat ze weer bruikbaar zijn;
  • de afbouwplaten hebben een standaard afmeting van 1200*2400, met de plint passen ze precies onder de vloer, de platen niet geschroefd maar bevestigd met profielen;
  • kabels, CV leidingen en installatie materiaal komen allemaal in de plint, zijn dus bereikbaar en  voor 100% uitneembaar;
  • vlasisolatie is een sterk product en kan zo weer gebruikt worden, resten kunnen op de composthoop.

Ik schat dat 90% van de materialen hergebruikt kan worden, snijverlies en breuk is 5% en dus biologisch of technisch gerecycled kan worden. Op dit moment zijn er nog samengestelde materialen die je als afval moet bestempelen, in de nabije toekomst komen daar alternatieven voor.

Voor hergebruik moet je wat in de toekomst durven kijken. Als gebouwen op deze manier worden samengesteld dan komt er in de toekomst onwaarschijnlijk veel bruikbaar bouwmateriaal vrij. Uit tien gebouwen maak je één uit één gebouw maak je tien. Architekten zullen behalve creativiteit hun inventiviteit nog verder moeten ontwikkelen. In nieuwe gebouwen herken je delen van andere gebouwen, dat wordt interessant in plaats van 2e hands. Een nieuw gebouw neemt misschien de verhalen  mee van de  ontmantelde gebouwen. Dan hoef je geen verhaal te benken.

Doordat alle gebouwen in een database staan kun je als architekt anticiperen op gebouwen in de buurt die ontmanteld gaan worden, zodat je zo weing mogelijk materiaal hoeft te vervoeren. Het ideale beeld:

  • 1 ontmantelen
  • 2 revitaliseren van uitkomend materiaal(controleren en herstellen)
  • 3 hergebruik in de buurt dus zonder tussenopslag

Het revitaliseren wordt een nieuwe bedrijfstak, het handwerk krijgt een belangrijke positie, wordt gewaardeerd zoals het hoort. Aardig om te vermelden dat het menselijk lichaam t.o.v. machines heel zuinig is met energie. 500 gram spaghetti, dat krijgt een normaal mens nooit naar binnen op een dag,  heeft dezelfde verbrandingswaarde als 0,2 liter diesel. Een personenauto (machine)  jast dat er in 4 km , of 2 minuten door ( bij 120 km/uur). Een mens kan met deze hoeveelheid spaghetti een stevige etappe rijden in de Tour de France!

4.8 Energie / CO2

Dit wordt echt interessant.

De onlangs gehouden klimaattop heeft niet veel opgeleverd. Uiteindelijk gaat het erom dat we ophouden met eenrichtingsverkeer stoffen in de atmosfeer te brengen die het klimaat veranderen. We moeten beseffen dat we niet alleen van de rente  leven maar ook in het kapitaal rondhappen. Iedereen met een huishoudboekje begrijpt dat je dan in een neerwaartse versnelling komt.

Het verwarmingssysteem houdt warmte over, produceert per saldo nauwelijks CO2.  Helaas wordt het af en toe wat technisch, maar eenvoudiger is het niet. Om appels met appels te vergelijken en niet knollen met citroenen is omrekenwerk en nuchterheid vereist, ook moet je alle facetten meewegen. Een volledige uiteenzetting wordt een te lang verhaal alhoewel ik het er graag over heb, ik volsta met mijn uitkomst en hier en daar en zijweg.

Het hoofdsysteem voor warm water en verwarmen zijn zonnecollectoren die warmwater produceren zgn. heatpipes, een soort orgelpijpen waar muziek uit komt maar dan anders. Negen maanden per jaar leveren deze collectoren genoeg energie. Nu hoor je meer over PV panelen die elektriciteit opwekken, ook prima dingen maar niet voor grotere vermogens en prijzig. In zonlicht zit ongeveer 5 keer meer 'warmte' energie dan 'elektrische energie'. De dagvoorraad energie wordt opgeslagen in een buffertank van 500 liter, dat is een behoorlijke raket. In de wintermaanden wordt de warmte geproduceerdt door een pellet CV kachel. Pellet en niet pallet. Pellets zijn geperste houtstaafjes. De grondstof, zaagsel en spaanders is afkomstig uit de houtverwerkende industrie, een restproduct dus. Het is schone brandstof die gecontroleerd wordt  verbrand.  Een rookkanaal is niet nodig, een geveldoorvoer volstaat. Nagenoeg het comfort van een CV op gas, maar geen CO2 productie. Aan het eind van het verhaal een paar nadelen, maar het blijft een goede ruil.

De collectoren hebben in de zomer een groot warmte overschot. Warmte als energiesoort is niet erg handig, wat moet je nu met warmte die je over hebt?

Dat probleem komt op heel veel gebieden kijken, elke verbrandingsmotor produceert meer restwarmte dan motorische kracht, daar zijn dus allang slimmeriken mee bezig om warmte te transformeren naar elektriciteit en........het is er al . De Stirlingmotor gaat een opmars maken, een motor die loopt op warmteverschil en elektrische energie levert. Een vermogen van 1,5 kW is er al, maar nog een beetje prijzig. Ik schat dat we binnen 5 jaar  betaalbaar het warmteoverschot  transformeren naar hoogwaardiger elektrische energie. De woning gaat zelfs de energie die nodig was voor het produceren van de bouwmaterialen (b.v.de staalconstructie) terugleveren aan het net. Dat is toch een fraaie gedachte. Dus niet energiezuinig of energieneutraal maar energiepositief! De woning voorkomt CO2 productie!

Nog even iets over houtpellets, in Scandinavië en in Duitsland bekend, in Nederland minder, hier heb je echt overal gasaansluitingen. Als je pellets verbrand dan ontstaat er CO2, dat is waar, als dezelfde hoeveelheid gestort wordt en verrot of composteert, komt dezelfde hoeveelheid CO2 vrij dat maakt dus niet uit. Hout is gebonden CO2 dat bij verbranden weer vrij komt, alleen heb je dan het genot van de warmte en een zichtbare vlam. Een perfecte gesloten kringloop dus. Pellets worden ook gebruikt als bijstook voor kolencentrales, dat geeft een CO2 reductie. Verstandiger is om decentraal pellets te gebruiken voor vewarming en elektriciteit. Vele honderdduizenden kleine autonome stroomproducentjes (over de centjes zo meer) geven een stabiele stroomvoorziening. Op deze manier komt er geen druk op de pellet beschikbaarheid. Daar komt nog bij dat in de C2C gedachte alle resterende biomassa schoon is en opgewaardeerd kan worden naar hoogwaardige vaste pellets. Tevens kan op arme grond  of in alle bruikbare hoeken en gaten biomassa geteeld worden. Bijvoorbeeld Miscanthus gras, 2 kg droge brandstof per m2 per jaar (komt overeen met ruim een m3 gas per jaar). Zo ga je in een zin van gras naar gas.

Als toetje:

  • de brandstofkosten  bij pelletstook zijn plm. 40% minder dan bij aardgas;
  • het beschreven systeem geeft de laagste jaarlasten alles meegerekend en de hoogste autonomie.

Als uitsmijter, dan houd ik er over op: Achter op je fiets kun je (bij wijze van spreken) een aardgasequivalent van 33 m3 gas vervoeren, dat zijn 4 zakjes pellets van 15 kg, 2 in de fietstassen, 2 onder de snelbinder. Dit is genoeg energie voor een week in een goed geïsoleerde woning. Bij vaste biobrandstof is dus geen moeilijke grootschalige opslag of ondergrondse infrastructuur nodig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik had het beloofd, Nadelen:

  • thuis is een opslag nodig van een paar m3
  • ruimte voor een opslagvat nodig plm 2 m2
  • enig onderhoud aan de pellet CV
  • ruimte vinden voor 12 m2 collector op het zuiden onder een hoek van 52 graden

4.9 Water

Mondiaal een steeds groter wordend probleem. Schoon drinkwater is een eerste levensbehoefte. Naar schatting zal in 2025 2/3 van de wereldbevolking geen toegang hebben tot schoon drinkwater.

In West Europa is geen gebrek aan zoet water, sterker nog de verwachting is dat de lage landen in de toekomst een grotere kans maken op natte voeten en nog veel erger. Niet vanuit de zee maar vanuit de hogere delen. Zoet water in overvloed dus. Stel dat 2 miljard medemensen geen schoon drinkwater hebben. Ik bespaar je de nullen maar uitgaande van 10 liter per dag betekent dat dat de rivier de Rijn in 3 uur genoeg water levert. Dit als reken idee, vind jij dat je 20 liter nodig hebt, dan doet de Rijn er drie uur langer over, wat maakt het uit.  Ik heb overigens niet lang geleden een lange zeereis gemaakt, 5 weken op de oceaan, en kon goed leven van 4 liter zoetwater per dag per persoon, dit exclusief fris en bier. Koken en afwassen dan wel in oceaanwater, douchen met een grote plantenspuit op druk, je wordt net zo nat als in een  jacuzzibubbelcombinatie. Lees meer. Het vervoer van al dat water geeft wel wat logistieke toestanden om het ter plekke te krijgen, maar als dat dan het grote wereldprobleem is, dan zijn de ingrediënten aanwezig voor een oplossing. Dan ga ik er van uit dat in de landen zelf vanwege het ontbreken van water geen oplossing voorhanden is. Als dat wel kan moet je natuurlijk zo veel mogelijk lokaal met eigen mensen schoon water produceren.

In Nederland leidt gebruik, zelfs misbruik van water niet tot schaarste elders. Wel belast je de waterzuiveringssystemen en de waterleveringssystemen, die wel van water leven maar niet op water lopen. Ook speelt mee dat drinkwater voor een belangrijk deel onttrokken wordt aan het grondwater en dus bijdraagt aan de verdroging, dus minder drinkwater gebruiken heeft wel een positief effect op de verdroging. In Nederland spoelen we ons toilet, doen we de was en afwas met Spa blauw, ons drinkwater is fantastisch. Dat lijkt verspilling maar  is dat misschien wel niet; want daar zit een positief effect aan voor de volksgezondheid, het water dat wij binnenshuis gebruiken is  heel schoon en heel goed drinkbaar, alleen hier en daar wat 'hard'.

Een C2C uitgangspunt is dat water dat je loost schoner is dan wat je inneemt. In Nederland onmogelijk volgens mij. Waar wel ecologisch winst te halen valt is, dat je water interessanter teruggeeft uit ecologisch standpunt bezien. Schoon slootwater met allerlei leven is niet hetzelfde als schoon drinkwater. Dat kan met een gescheiden regenwater en of rioleringssysteem, waarmee je de was en vaatwas kunt doen, het zogenaamde grijze water. Tevens bevat regenwater weinig kalk en is dus zacht, wat weer wasmiddel scheelt. Ook kan het gebruikt worden om het toilet te spoelen, dit afvalwater gaat dan vervolgens naar het riool. Het grijze afvalwater kan effectief gereinigd worden in een natuurlijk helofyten filter. Dit zijn diepwortelende planten die in ondiep water leven. Gezien de omgeving van het plan behoort een dergelijk systeem tot de mogelijkheden. Op dit moment is dat niet onderdeel van het plan.

4.10 Diversiteit

Woonomgevingen met alleen studenten wordt rommelig, met alleen ouderen, dat is niet goed voor de ouderen.  Werkomgevingen waar overdag gewerkt wordt en die 's avonds leeglopen zijn naargeestig, woonomgevingen die 's morgens  leeglopen en tegen de avond weer bewoond worden zijn kil. Wonen en werken bij elkaar brengen werkt beter en voorkomt ook (stilstaand) woon-werkverkeer. We zijn goed geworden in het organiseren van ons leven, alles op een daar voor bedachte en aan te wijzen plaats. Zelfs in de bossen werd het dode hout verwijderd. Dit is een mooi bruggetje naar de natuur. Al het afval dat de natuur produceert wordt willekeurig gedeponeerd en verplaatst. Een toevallig voorbijkomende storm veroorzaakt een enorme verplaatsing van biomassa. Het maakt niet uit hoe, wat en waar. De natuur red zich wel met het eigen afval, sterker nog, is afhankelijk van het eigen afval. Een bepaalde ordening is natuurlijk o.k., boven de boomgrens staan geen bomen. Een diverse samenleving, waar alles en iedereen wel moet kunnen bijdragen aan die samenleving, is ijzersterk.

In het plan is het de bedoeling dat jong en oud elkaar desgewenst ondersteunen, maar wel zo zelfstandig mogelijk leven. In het bijgebouw is een werkplaats voor houtbewerking aanwezig, en separaat verwarmde hobbyruimten. De locatie is op de overgang platteland en stad. De zuidkant van de appartementen is, zeker voor stadse begrippen, rustig, de noordkant die grenst aan het molenerf  is regelmatig gezellig bedrijvig. Op het binnenterrein is het mogelijk om veel variatie aan te brengen.  De toekomstige bewoners vinden hun eigen weg in deze mogelijkheden en dragen vast en zeker bij aan een meer diverse leefomgeving.

4.11 Schoon binnenklimaat

Net als bij 4.8 interessante materie

Om te beginnen mijn omschrijving: In een schoon binnenklimaat zijn geen onnodige belemmeringen voor je welzijn. Met 'onnodig' bedoel ik, dat bij het ontwerp, deze persoonsonafhankelijke belemmeringen kunnen worden voorkomen. Het schrijven van dit verhaal gaat in een aantal etappe's, dus als je het interessant vindt, dan af en toe de site bezoeken.  Wat heeft invloed op je welzijn? en wat voor effect heeft dat?

De onderstaande belemmeringen dringen vaak ongemerkt en ook nog collectief door: het hele kantoor heeft dezelfde licht-, lucht- en geluid condities. Dus waar heeft een collega het over als een andere collega er geen last van heeft?  De omgevingsfactoren zijn als een deken over een kantoor of ruimte. Het sluipende van omgevevingsfactoren is dat ze vaak alom aanwezig zijn en alszodanig niet meer opgemerkt worden. Als er van alles mis is met het binnenklimaat dan en je voelt je niet goed, dan is dat een deel van dat gevoel. Een deel wat je niet kunt benoemen

Ik vergelijk het met een processor van een PC. Je hebt een snelle PC, maar ook veel programma's open die je niet gebruikt en die wel de processor (je hoofd) bezetten. Het resultaat is dat je narrig wordt omdat je steeds moet wachten. Dan wordt het interessant als je eerlijk gaat meten, en wetenschappers hebben dat natuurlijk gedaan. In de komende hoofdstukken refereer ik naar dergelijke onderzoeken. Ook geef ik aan waar in het ontwerp maatregelen zijn genomen om onnodige belemmeringen weg te nemen. De onderzoeken zijn geënt op werksituaties maar effecten zijn in huis net zo aanwezig.  De onderstaande onderwerpen kunnen allemaal een deel van je goede energie teniet doen als ze niet in orde zijn.

4.11.1 Lucht

Vervuiling

Vervuiling van de lucht is onzichtbaar, ontstaat gelijdelijk. Als je in een omgeving zit ruik je het vaak ook nog niet, als je van buiten komt des te beter. Laat ik het spruitjes/bloemkool effect noemen. Vervuiling kan verschillende bronnen hebben:

  • de mens: waterdamp, CO2, en allerlei natuurlijke emissies noem ik het maar even
  • bouwmateriaal: formaldehyde, stof, vezels, straling
  • elektrische toestellen:metaalionen, fijnstof
  • verbrandingstoestellen: CO, CO2, fijnstof
  • buitenlucht: fijnstof uitlaatgassen en vul maar in

De hierboven omschreven soep wordt bij voorduring ingeademd als we dat niet verwijderen uit ons leefmilieu. Dat doen we met ventilatie. Bouwconstructie zijn in principe lek als een mandje. Als je een huis onderstboven in het water zou gooien bij wijze van spreken, dan komt overal water door naar binnen, en zinkt het als een baksteen. Waar water door komt .... komt ook lucht door. Dat is aan de ene kant niet erg omdat dat een natuurlijke ventilartie geeft, aan de anderekant als je heel goed gaat isoleren dan moeten ook de kieren dicht en moet je iets gaan bedenken om schone lucht binnen te halen en vuile lucht af te voeren.  Hieronder staat een wetenschappelijk onderzoek. Daaruit blijkt dat je 5% minder doet bij verslechterde lucht. 5% en we zijn nog maar aan het begin van dit onderdeel.

In het artikel is het effect gemeten voor administratief werk. Het geeft een beeld dat je minder opneemt. Bij denkwerk of creatief werk is het effect nog hoger. Je kunt nagaan als andere vervuilingsbronnen ook hun bijdrage leveren aan een slechte luchtkwaliteit het percentage op zal lopen.

Temperatuur/Luchtsnelheid/Relatieve Vochtigheid

Temperatuur, luchtsnelheid en relatieve vochtigheid zijn belangrijk voor de behaaglijkheid Deze drie fysische grootheden hebben een doorlopende wisselwerking op elkaar. Op temperatuur stel je je in er treed  ook gewenning op Als je uit de winter komt is 10 graden voorjaar, als je uit de zomer komt is 10 graden winter. Koudelucht voel je al snel langswapperen geeft een onbehaaglijk gevoel. Te droge lucht merk je aan ogen en luchtwegen, een te hoge RV veroorzaakt een drukkend gevoel.

Maatregelen

In de appartementen worden alleen materialen gebruikt met een zeer lage emissie. Op de wanden  tref je geen leidingen aan, die zitten allemaal in een speciaal ontworpen bereikbare plintgoot. De radiatoren zonder zichtleidingen  staan voldoende los van de wand zodat alles goed stofvrij te houden is. Voor de ventilatie komt er een combinatie van een radiator en een ventilatieunit met warmteterugwnning die de lucht meet met een sensor in het hoofdvertrek. Voor afzuiging, koken en sanitaire ruimten komt een aparte box met zeer laag energiegebruik. Mij is duidelijk dat je GEEN aanvoer luchtkanalen moet maken. Deze zijn al gauw smerig  nooit schoon te maken spuien voordurend deze vervuilinging de ruimten in. Dat is goed te zien aan percentages klachten bij gebouwen met aanvoerkanalen t.o.v. natuurlijke ventilatie. Sterker nog hoe harder je zo'n installatie aanzet hoe meer vervuiling.

 

 

4.11.2 Licht

De mens neemt op twee manieren waar

De oude baan


De oude baan loopt naar de hersenstam, ziet bewegingen en geeft een goed drie dimensionaal beeld. De oude baan doet reflexmatige acties. (ijshockeykeeper, geen vlieg in je oog)

De nieuwe baan

De nieuwe baan loopt naar de slaapkwab en maakt ‘een foto’ die wordt geïnterpreteerd. Zoiets van: de oude baan registreert: Daar komt een groot grijs ding mijn kant op, wegwezen! De nieuwe baan vertelt ons: dat is een Afrikaanse olifant die niet blij is.

Nog niet zo lang geleden, in 2002 is ontdekt dat er een derde receptor aanwezig is in ons oog, ganglioncellen, die hormoonspiegels regelt. De dagen duren 24 uur, maar de biologische klok van de mens is plm. een half uur langer. Als je je eigen klok dus niet synchroon laat lopen met de 24 uurs klok, dan zou na bijvoorbeeld 10 dagen geen daglicht zien, je gevoel zeggen dat het 24 uur is, terwijl de klok aangeeft dat het 18.00 uur is. Midden in de winter is dat goed mogelijk. De hormoonspiegels kloppen dus niet meer met het moment van de dag. Het is dus van belang dat je de biologische klok synchroniseert met de tijdklok. Jetlag is hetzelfde verschijnsel, door de snelle verplaatsing klopt de tijd niet meer met je gevoel van de tijd. Je lichaam heeft tijd nodig om dit weer te synchroniseren.

De ganglioncellen meten licht, interpreteren lichtkleur, en zorgen voor aanmaak van melatonin, slaaphormoon en cortisol (stresshormoon) Een ander sprekend voorbeeld is het begrip neerslagtigheid in de donkere perioden de zgn. winterblues. Ook hebben veel noordelijk wonende Scandinaviërs het moeilijk met een winter met heel weinig daglicht. Veel daglicht is dus belangrijk in een gebouw. Elke dag dus behalve een luchtje-, ook een lichtje scheppen!

Kleur

Kleur is het deel van het lichtspectrum dat door een materiaal niet wordt geabsorbeerd. Wij zijn gebaat bij een goede kleurweergave. Daglicht geeft voor de mens optimale kleurherkenning, dit is van belang bij het bekijken (keuren) van voedsel en bij het herkennen van je omgeving

Kleurgebruik bepaalt voor een belangrijk deel de indruk die een ruimte op je maakt. Kleuren beïnvloeden je stemming, maken een ruimte groter of kleiner, kleuren kunnen een ruimte rustig maken of juist heel druk.


Richting
Van oudsher zijn we gewend aan licht dat uit een richting komt van (schuin)boven met de bijbehorende schaduwwerking, vergelijk de foto’s hol of bol. Het is hetzelfde plaatje maar dan 180 graden gedraaid.

Lichtsterkte
Het menselijke oog kan enorme verschillen in lichtsterkte heel goed aan.
Loop je van buiten in de zon (100.000 lux) een gebouw binnen (300 lux), dan knipper je nog niet met je ogen. Na een paar seconden kun je dus omgaan met 333 keer minder licht. Ook heel weinig licht, een paar lux misschien is al waarneembaar. Op een donkere nacht op zee zonder maan of sterlicht zie je niets. Lang voordat het licht wordt, merk je ineens dat je de golfhellingen niet kunt zien maar wel onderscheiden, ik noem dat grijs licht.

Omdat wij van oorsprong meer buiten leefden en dus veel licht aankunnen, is bijvoorbeeld 200 lux, een matige verlichting en dus een signaal om te gaan slapen er wordt slaaphormoon aangemaakt. Dat is niet erg als het bedtijd is, maar wel remmend als je nog niet zover bent.

Als je ouder wordt heb je ook meer licht nodig als je wilt lezen. Zonder leesbril een boek lezen in de zon gaat prima

Contrast
Onze ogen accommoderen dus heel goed. Dat wil niet zeggen dat dat geen energie kost. Een wit papier met tekst op een zwarte tafel kost inspanning vanwege het grote contrast wat niets oplevert. Zwarte letter op wit papier daarentegen hebben hetzelfde contrast met als resultaat dat het leesbaar is.

Dit zijn een aantal aspecten van licht die ook het binnenklimaat kunnen beïnvloeden, zowel positief als negatief.

 

 

 

4.11.3 Geluid

Binnenkort